De afgelopen weken hebben we veel geleerd over de strijd tegen het water. In de prehistorie gingen de mensen dicht bij een rivier wonen want ze hadden het water nodig. Ze dronken ervan en wasten hun kleren erin. Maar soms overstroomde een rivier en dat was niet prettig. De mensen gingen op een hoge plek wonen, een terp.

In onze tijd is er veel veranderd. We hebben nog steeds veel rivieren en kanalen in Nederland. Maar een groot deel van ons land ligt lager dan de zeespiegel, dus we moeten goed voor onze veiligheid zorgen. Daarom zijn er heel veel dijken in ons land.

We hebben geleerd hoe een dijk wordt gemaakt en hoe er voor wordt gezorgd dat hij stevig blijft.

Vandaag zijn we zelf aan de slag gegaan: Maak een dijk die stevig genoeg is en niet instort als er water tegenaan komt.

De voorbereiding:

In de klas maakten we in tweetallen een plan. In een schets tekenden we hoe we onze dijk gingen bouwen. We mochten gebruik maken van zand, steentjes, plastic zakjes (zandzakken), takjes en andere dingen die we buiten konden vinden.

De uitvoering, het echte werk!

Elk tweetal had een bak en daarin maakten we dijk. Ons getekende plan hadden we bij ons. We hebben ons er goed aan gehouden, al kwamen we soms op nieuwe ideetjes, die we toegepast hebben.

De test:

Alle dijken werden eerst weer naar school gesjouwd. Daar hebben we ze in een kring op het plein gezet. Iedereen vertelde over de eigen dijk. Veel kinderen hadden in lagen gewerkt. Een laagje zand, een laagje steen, takjes. Of de buitenkant van de dijk helemaal volgestopt met steentjes.

En toen werd het spannend…………we gingen testen. Zou de dijk stevig en heel blijven?

De juf deed in elke bak water. Met onze handen maakten we golven. Bij de meeste kinderen werd het water zwart van het zand, maar……….alle dijken waren zo goed gemaakt, dat ze helemaal heel bleven!